ECLI:NL:GHSGR:2010:BL2079
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Van Dijk
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ondertoezichtstelling vier minderjarigen met wisselende uitkomsten per kind
In deze zaak staat de ondertoezichtstelling van vier minderjarigen centraal, waarbij de moeder in hoger beroep gaat tegen de beschikking van de kinderrechter. De moeder betwist de noodzaak van de ondertoezichtstelling en stelt dat de conflicten binnen het gezin niet ernstig genoeg zijn en dat er geen sprake is van stelselmatig huiselijk geweld. De raad en Jeugdzorg verdedigen de ondertoezichtstelling vanwege zorgen over huiselijk geweld, het falen van vrijwillige hulpverlening en de noodzaak tot intensieve opvoedingsondersteuning.
Het hof beoordeelt per kind de situatie: voor de oudste minderjarige is de ondertoezichtstelling verlopen en de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard. Voor de tweede minderjarige zijn ernstige zorgen over zijn ontwikkeling en gedragsproblemen vastgesteld, waardoor de ondertoezichtstelling wordt bekrachtigd. De derde minderjarige vertoont agressief en dominant gedrag, en ondanks het ontbreken van erkenning door de ouders acht het hof de ondertoezichtstelling gerechtvaardigd. Voor de jongste minderjarige zijn geen ernstige bedreigingen vastgesteld en de ondertoezichtstelling wordt opgeheven.
De moeder verzoekt ook om een kostenveroordeling van de raad, maar dit verzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst overige verzoeken af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, verklaart de moeder niet-ontvankelijk voor één en heft de ondertoezichtstelling van de jongste op.