ECLI:NL:GHSGR:2010:BL3721
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over door congregatie verstrekte uitkeringen aan pater niet toegestaan
Het gerechtshof 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de rechtbank over de belastingheffing van uitkeringen aan een pater die lid was van een congregatie. De Inspecteur wilde de door de congregatie verstrekte maandelijkse bedragen aan de pater belasten als periodieke uitkeringen volgens de Wet IB 2001.
De feiten wezen uit dat de pater bij toetreding tot de congregatie de gelofte van armoede had afgelegd en al zijn inkomen aan de congregatie afstond, die op haar beurt zorg droeg voor zijn levensonderhoud. Ondanks dat de pater tijdelijk buiten het klooster ging wonen, bleef hij lid van de congregatie en was hij gebonden aan zijn gelofte. De maandelijkse bedragen waren onderdeel van een samenstel van rechten en verplichtingen die bij voortduring tegenover elkaar stonden.
Het hof oordeelde dat deze bedragen niet als periodieke uitkeringen in de zin van de Wet IB 2001 konden worden aangemerkt en dus niet belast konden worden. Het hof bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank, veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en legde het griffierecht voor het hoger beroep bij de Inspecteur. De uitspraak werd op 26 januari 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De door de congregatie aan de pater verstrekte bedragen zijn geen belastbare periodieke uitkeringen en worden niet belast.