ECLI:NL:GHSGR:2010:BL6585
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij pensioenverplichtingen van besloten vennootschap
Belanghebbende was gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met de erflater, die in 2004 overleed. Tot de nalatenschap behoren alle aandelen in [A] BV, een vennootschap die zich bezighoudt met beleggingsactiviteiten en het uitvoeren van een pensioenregeling voor de familie. Belanghebbende deed bij de aangifte successierecht een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit voor de aandelen.
De Inspecteur wees dit beroep af omdat [A] BV volgens hem geen onderneming drijft maar een beleggingsvennootschap is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende in hoger beroep ging. Het Hof hield een zitting en stelde vast dat de pensioenregeling beperkt bleef tot de besloten kring van de familie, waardoor geen deelname aan het economische verkeer plaatsvindt.
Het Hof oordeelde dat de pensioenactiviteiten geen ondernemingsactiviteit vormen en dat [A] BV daarmee geen onderneming drijft. Omdat ook geen andere activiteiten dan beleggen werden verricht, kon de faciliteit niet worden toegepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de bedrijfsopvolgingsfaciliteit wordt niet toegepast op de aandelen in [A] BV.