ECLI:NL:GHSGR:2010:BL7627
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- A.V. van den Berg
- R.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over non-conformiteit woning, klachttermijn en aansprakelijkheid verkoper
Appellanten kochten in januari 2000 een woning in Dordrecht, die later funderingsschade bleek te hebben. In september 2003 ontvingen zij een rapport waaruit funderingsproblemen bleken. Pas in augustus 2004 stelden zij geïntimeerden aansprakelijk en startten zij een procedure.
De rechtbank wees de vorderingen af wegens overschrijding van de klachttermijn van artikel 7:23 BW Pro, die volgens de rechtbank ongeveer twee maanden bedraagt. Appellanten stelden dat deze termijn onredelijk was en dat geïntimeerden opzettelijk informatie hadden achtergehouden, wat zou neerkomen op bedrog.
Het hof oordeelde dat de klachttermijn niet strikt vaststaat maar afgewogen moet worden, en dat de termijn van bijna elf maanden te lang was. De vermeende voorwetenschap van verkopers was geen reden om de termijn te verlengen, tenzij sprake was van opzettelijke misleiding, wat niet was gesteld of bewezen.
Ook de vorderingen op grond van bedrog, dwaling en onrechtmatige daad zijn feitelijk gebaseerd op non-conformiteit en vallen onder dezelfde klachttermijn. Het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde eveneens. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellanten niet tijdig hebben geklaagd, waardoor hun vorderingen worden afgewezen.