ECLI:NL:GHSGR:2010:BM0767
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- S.W. Kuip
- J.J. Trap
- Rechtspraak.nl
Beoordeling instemmingsplicht wijzigingen arbeidsvoorwaarden WL2-managers Unilever
In deze zaak stond de vraag centraal of vier wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden van WL2- en WL2+-managers bij Unilever instemmingsplichtig waren op grond van artikel 27 van Pro de Wet op de ondernemingsraden (WOR). De wijzigingen betroffen het vervallen van ADV- en leeftijdsafhankelijke vrije dagen met compensatie, een vacaturestop voor managementfuncties, het bevriezen van salarissen voor WL2+-managers en aanpassingen in het variabele beloningssysteem (VPS).
De Centrale Ondernemingsraad (COR) stelde dat deze wijzigingen instemming behoefden en dat de besluiten nietig waren. De kantonrechter had dit echter afgewezen en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof overwoog dat de instemmingsbevoegdheden van de COR limitatief zijn en geen betrekking hebben op primaire arbeidsvoorwaarden zoals vakantiedagen. Ook de compensatie via salarisverhoging werd niet als wijziging van het beloningssysteem aangemerkt.
Verder oordeelde het hof dat de vacaturestop niet viel onder het aanstellingsbeleid in de zin van art. 27 WOR Pro en dat het bevriezen van salarissen geen wijziging van een beloningssysteem vormde vanwege het ontbreken van samenhang met andere salarissen. Ten slotte werd de wijziging in het VPS niet als instemmingsplichtig beschouwd omdat de bonusopportunity ongewijzigd bleef en de aanpassing vooral een financiële prikkel betrof.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kantonrechter en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de vier wijzigingen niet instemmingsplichtig zijn en wijst het beroep van de COR af.