ECLI:NL:GHSGR:2010:BM2741
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing rente onderbedelingsvordering bij nalatenschap
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over 2005, waarin een rente van €23.136 uit een onderbedelingsvordering bij de verdeling van een nalatenschap werd belast in box I. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de uitleg van onderdelen AKa en AK van de Invoeringswet Wet IB 2001, in het bijzonder of de rente geheel, gedeeltelijk of niet tot het belastbare inkomen behoort. Het Hof oordeelde dat de rente volledig belastbaar is omdat belanghebbende bij het overlijden van zijn moeder crediteur was en niet verkrijger onder algemene titel, en dat de uitzonderingsbepalingen niet van toepassing zijn.
Belanghebbendes beroep op een redelijke wetsuitleg, het zorgvuldigheidsbeginsel en onbillijke wetstoepassing faalde eveneens. Het Hof benadrukte dat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze fiscale regeling en dat alleen de Minister van Financiën bevoegd is tot toepassing van de hardheidsclausule.
De uitspraak werd in het openbaar gedaan en partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de rente van €23.136 volledig belastbaar is en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.