ECLI:NL:GHSGR:2010:BM4279
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vorderbaarheid en inbaarheid ontslaguitkering in belastingjaar 2004
Belanghebbende ontving een ontslaguitkering van zijn voormalige werkgever [A] B.V. na een langdurig juridisch geschil over het ontslag en de beëindiging van het dienstverband. De Inspecteur legde een aanslag op het belastbaar inkomen over 2004 op, waarbij de ontslaguitkering werd betrokken. Belanghebbende betwistte dat de uitkering in 2004 vorderbaar en inbaar was.
De rechtbank oordeelde dat de ontslaguitkering al in 2002 vorderbaar en inbaar was, en verlaagde de aanslag dienovereenkomstig. Het hof oordeelt echter dat hoewel de omvang van de schuld en de vorderbaarheid al in 2002 vaststonden, de ontslaguitkering pas in januari 2004 daadwerkelijk inbaar werd doordat belanghebbende tot december 2003 overleg voerde over de wijze van uitbetaling via een levensverzekeringspolis.
Het hof stelt dat de onzekerheid over de aanwending van de ontslaguitkering en het uitblijven van een keuze door belanghebbende ertoe leidde dat de werkgever niet eerder tot betaling kon overgaan. De uiteindelijke betaling in januari 2004, met inhouding van loonheffing, was tijdig en redelijk. Daarom moet de ontslaguitkering worden betrokken in de belastingheffing over 2004, waarmee het hoger beroep van de Inspecteur wordt toegewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de ontslaguitkering pas in 2004 inbaar werd en belast dient te worden in dat jaar.