ECLI:NL:HR:2011:BQ2930
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt inbaarheid ontslaguitkering in jaar van betaling na keuze werknemer
Belanghebbende werd in 1996 op staande voet ontslagen en ontving medio januari 2004 een ontslaguitkering. De Belastingdienst legde voor 2004 een aanslag op waarin deze uitkering werd betrokken. De Rechtbank verklaarde het bezwaar van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en bevestigde de aanslag.
Het geschil spitste zich toe op het moment van inbaarheid van de ontslaguitkering, waarbij belanghebbende stelde dat deze al in 2002 inbaar was. Het Hof oordeelde dat de uitkering pas inbaar werd toen belanghebbende zijn keuze over de aanwending maakte en het bedrag daadwerkelijk werd betaald in 2004.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat het keuzerecht van de werknemer over de aanwending van de ontslaguitkering het moment van inbaarheid bepaalt. Dit keuzerecht verhindert dat de uitkering eerder in de heffing kan worden betrokken. Wel dient deze keuze binnen een redelijke termijn te worden gemaakt. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat de ontslaguitkering in 2004 inbaar was.