ECLI:NL:GHSGR:2010:BM6580
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waarde woning te Rotterdam vastgesteld op €550.000
Belanghebbende betwistte de door de Inspecteur vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Rotterdam, die was vastgesteld op €590.000 en na uitspraak rechtbank op €567.000. Belanghebbende stelde dat de waarde €450.000 bedroeg. Het geschil betrof de juiste waardering op de waardepeildatum 1 januari 2007.
De Inspecteur baseerde zijn waardering op een taxatierapport met vergelijkingsmethode, waarbij drie referentieobjecten werden gebruikt. Het hof oordeelde dat twee van deze objecten onvoldoende vergelijkbaar waren vanwege ligging en uitstraling. Belanghebbende bracht twee andere vergelijkingsobjecten in, die wel vergelijkbaar bleken. Een later ingebracht vierde object door de Inspecteur werd niet tijdig besproken, waardoor belanghebbende in zijn procesbelang werd geschaad.
Het hof concludeerde dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt hoe hij tot de vastgestelde waarde was gekomen en dat de waarde te hoog was vastgesteld. Belanghebbende had ook niet aannemelijk gemaakt dat de waarde €450.000 bedroeg. Het hof stelde daarom de waarde in goede justitie vast op €550.000. De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verminderd. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: WOZ-waarde woning vastgesteld op €550.000 en aanslag dienovereenkomstig verminderd