ECLI:NL:GHSGR:2010:BM8206
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- G. Dulek-Schermers
- F. Waardenburg
- Rechtspraak.nl
Betaling toetsingskosten accountantspraktijk als natuurlijke verbintenis
In deze civiele zaak stond centraal of de betaling door [appellante] van de kosten voor de periodieke preventieve toetsing (PPT) van haar accountantspraktijk aan de NOvAA als een natuurlijke verbintenis kon worden aangemerkt. De NOvAA had de toetsingskosten aan haar leden doorberekend, wat door [appellante] werd betwist omdat er destijds geen wettelijke grondslag voor bestond.
De rechtbank had geoordeeld dat de betaling een natuurlijke verbintenis betrof, een rechtsplicht van dringende morele aard, en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof overwoog dat de toetsing een nuttig kwaliteitsinstrument is waar [appellante] baat bij heeft, en dat de leden van de NOvAA bewust hadden gekozen voor een systeem waarbij de variabele toetsingskosten direct aan de getoetste accountants worden doorberekend in plaats van via de contributie.
Hoewel het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in 2006 oordeelde dat er geen wettelijke grondslag was voor het doorberekenen van deze kosten, werd later de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten aangepast om dit mogelijk te maken. Het hof vond dat de betaling door [appellante] daarom naar maatschappelijke opvattingen als een natuurlijke verbintenis moet worden beschouwd en wees de vordering tot terugbetaling af.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van de toetsingskosten werd afgewezen omdat de betaling een natuurlijke verbintenis vormt.