ECLI:NL:GHSGR:2010:BM8464
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waarde terrein gemeente Pijnacker-Nootdorp
Belanghebbende, een besloten vennootschap, betwistte de door de Inspecteur vastgestelde WOZ-waarde van een terrein in Pijnacker-Nootdorp, die was vastgesteld op €2.679.000 met peildatum 1 januari 2003. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof 's-Gravenhage.
De Inspecteur bracht een taxatierapport in met drie vergelijkingsobjecten, bouwterreinen met gerealiseerde verkoopprijzen, en stelde de waarde op €2.657.000. Belanghebbende bracht een eigen taxatierapport in met een waarde van €474.250. Het geschil betrof de juiste waarde van het terrein en de vraag of belanghebbende als gebruikster van het terrein moest worden aangemerkt.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de waarde €2.657.000 bedroeg, onder meer omdat geen definitief uitwerkingsplan was vastgesteld en de vergelijkingsobjecten een betere bouwvooruitzicht hadden. Belanghebbende had ook haar lagere waarde onvoldoende onderbouwd. Het Hof stelde daarom de waarde in goede justitie vast op €1.900.000. Tevens werden de proceskosten deels aan de Inspecteur opgelegd en griffierechten aan belanghebbende vergoed.
De uitspraak van de rechtbank en de beschikking van de Inspecteur werden vernietigd en gewijzigd. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het terrein is vastgesteld op €1.900.000, lager dan door de Inspecteur vastgesteld.