ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1998
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt hogere proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke belastingzaak
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen aanslagen onroerende zaakbelastingen en rioolrechten over 2005, waarna de Inspecteur de aanslagen verminderde maar de kostenvergoeding weigerde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en kende een kostenvergoeding toe, maar het Gerechtshof Amsterdam verklaarde het hoger beroep ongegrond. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees de zaak terug.
Het Gerechtshof 's-Gravenhage heeft na verwijzing vastgesteld dat belanghebbende recht heeft op een hogere proceskostenvergoeding, omdat hij onder meer een conclusie van repliek heeft ingediend en ter zitting is verschenen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die beperking van de vergoeding rechtvaardigden.
Het hof stelde de vergoeding vast op € 201,25 en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van € 483 en griffierecht van € 459. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 29 juni 2010 door drie raadsheren.
Uitkomst: Het Gerechtshof verhoogt de proceskostenvergoeding aan belanghebbende tot € 201,25 en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten en griffierechten.