ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2016
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- T. Groeneveld
- B. van Walderveen
- F.A. van Engelen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over cultuurgrondvrijstelling bij waardering onroerende zaak met schapenhouderij
Belanghebbende hield schapen op een weiland achter zijn woning en voerde aan dat dit als bedrijfsmatige exploitatie moest worden aangemerkt, zodat de cultuurgrondvrijstelling toegepast kon worden bij de WOZ-waardering. De Inspecteur had deze vrijstelling niet toegepast bij de aanslag van 2005, wat leidde tot bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat hij op het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen omdat de Inspecteur in een eerdere procedure de bedrijfsmatige exploitatie had erkend. Het hof oordeelde dat het houden van een relatief klein aantal schapen zonder winstbejag onvoldoende is voor bedrijfsmatige exploitatie, maar dat het vertrouwen in het eerdere standpunt van de Inspecteur gerechtvaardigd was.
Het hof stelde vast dat het weiland van circa 8.000 m² buiten de waardering moest worden gelaten, maar dat de waarde van de onroerende zaak als geheel met agrarische woonbestemming moest worden bepaald. De WOZ-waarde werd daarom verlaagd van €565.000 naar €485.000. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het hof vernietigt eerdere uitspraken en stelt de WOZ-waarde vast op €485.000 met toepassing van de cultuurgrondvrijstelling voor het weiland.