ECLI:NL:GHSGR:2010:BN3085
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Kamminga
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over beslag op zeiljacht en dwangsommen bij verkoop onroerende zaken
In deze zaak staat een executiegeschil centraal waarbij de man in hoger beroep is gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter te Dordrecht. De man stelt dat de vrouw dwangsommen heeft verbeurd wegens het niet tijdig en voldoende meewerken aan de verkoop van onroerende zaken en betwist dat het executoriaal beslag op het zeiljacht onrechtmatig is.
De voorzieningenrechter had bepaald dat partijen binnen een week een makelaar moesten benoemen om de onroerende zaken in de verkoop te zetten en dat dwangsommen zouden volgen bij niet-nakoming. Het doel was het voorkomen van een executoriale verkoop door de Rabobank, om zo een zo hoog mogelijke opbrengst te realiseren.
Het hof stelt dat de opdracht aan partijen beperkt is tot het benoemen van een makelaar en het in de verkoop zetten van de onroerende zaken. Er is geen verdere verplichting tot het treffen van andere maatregelen om de verkoop te bespoedigen. Het handelen van de vrouw is niet in strijd met het doel en de strekking van de veroordeling. Daarom zijn de dwangsommen niet verbeurd en is het beslag op het zeiljacht onrechtmatig.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt de man in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de vrouw geen dwangsommen heeft verbeurd en het beslag op het zeiljacht onrechtmatig is.