ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4190
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor arbeidsongeval met blijvende arbeidsongeschiktheid en immateriële schade
Appellant raakte op 23 september 1998 ernstig gewond bij een val tijdens werkzaamheden bij Shell, uitgeleend door Meuva. Hij liep onder meer wervelbreuken op en is sindsdien arbeidsongeschikt. Meuva stelde dat zij aan haar zorgplicht had voldaan en dat appellant opzet of bewuste roekeloosheid had gepleegd door zijn vallijn niet te gebruiken.
Het hof oordeelde dat Meuva onvoldoende had aangetoond dat zij alle redelijkerwijs noodzakelijke veiligheidsmaatregelen had genomen, zoals het gebruik van een Skyclimber of een vaste ladder, en verwierp het beroep op opzet of bewuste roekeloosheid van appellant. Uit medische rapportages bleek dat appellant zowel fysieke als ernstige psychische klachten heeft, waaronder PTSS en depressie, die verband houden met het ongeval.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant theoretisch geschikt is voor lichte arbeid, maar in de praktijk een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft en langdurig arbeidsongeschikt is. Het hof achtte daarom Meuva aansprakelijk voor de materiële en immateriële schade. Het hof wees een psychiatrische expertise toe om de psychische schade nader te beoordelen en hield verdere beslissing over schadevergoeding aan, met een comparitie gepland om een minnelijke regeling te beproeven.
Uitkomst: Meuva is aansprakelijk voor het arbeidsongeval en de door appellant geleden schade; verdere schadevaststelling volgt na psychiatrische expertise.