ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5786
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslagen en vergrijpboete inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende deed aangifte inkomstenbelasting over 2002 met een laag opgegeven inkomen. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op wegens niet opgegeven provisiebetalingen van €72.800 gerelateerd aan werkzaamheden voor een transactie met melkpoeder. De rechtbank oordeelde dat een substantieel deel van deze provisie als belastbaar inkomen moet worden aangemerkt en wees het beroep af. In hoger beroep bevestigt het hof het vermoeden dat belanghebbende €36.400 als vergoeding ontving voor werkzaamheden, een bewijsvermoeden dat niet is ontzenuwd.
Het hof stelt vast dat belanghebbende geen bewijs heeft geleverd dat het bedrag niet voor hem was bestemd en dat hij het niet als inkomen heeft verantwoord. De navorderingsaanslagen zijn daarom terecht opgelegd. Wel matigt het hof de opgelegde vergrijpboete van €5.000 tot €1.000, omdat het bewijsvermoeden niet is ontzenuwd maar de boete proportioneel moet zijn.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, de uitspraken op bezwaar bevestigd behalve de boete die wordt verlaagd. Daarnaast wordt belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed. Het hof wijst op de mogelijkheid tot cassatie binnen zes weken bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen worden bevestigd en de vergrijpboete gematigd tot €1.000.