ECLI:NL:GHSGR:2010:BO6513
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- E.J. van Sandick
- M.C.M. van Dijk
- E.D. Wiersma
- Rechtspraak.nl
Nietigheid koopovereenkomst voormalige conciërgewoning wegens ontbreken ministerstoestemming
In deze civiele zaak stond de geldigheid van een koopovereenkomst tot overdracht van een voormalige conciërgewoning aan de 2e Schuytstraat 233 te 's-Gravenhage centraal. De Stichting Christelijk Onderwijs Haaglanden (SCOH) had de woning in 1996 verkocht aan Stichting Bevordering Confessioneel Voortgezet Onderwijs (SBCVO). De gemeente stelde dat deze verkoop nietig was omdat de vereiste ministerstoestemming op grond van de oude Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) ontbrak.
SBCVO vorderde betaling van een hogere koopprijs dan oorspronkelijk overeengekomen, terwijl SCOH stelde dat de koopovereenkomst nietig was en zij slechts gehouden was tot terugbetaling van de reeds betaalde koopsom. De rechtbank wees de primaire vordering van SBCVO toe, maar het hof vernietigde dit oordeel.
Het hof oordeelde dat de koopovereenkomst rechtstreeks tot een verboden prestatie verplichtte, namelijk de vervreemding zonder ministerstoestemming, en daarom nietig was op grond van artikel 3:40 lid 1 BW Pro. De koopovereenkomst moest worden teruggedraaid, waarbij SCOH recht had op terugbetaling van de koopsom van €58.991,43 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 maart 1996. De overige vorderingen van SBCVO werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De koopovereenkomst is nietig en SBCVO is veroordeeld tot terugbetaling van €157.893,55 plus rente en proceskosten.