ECLI:NL:GHSGR:2010:BP4315
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- J.J.J. Engel
- O.C.R. Marres
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitsluiting renteaftrek op grond van artikel 10a Wet Vpb en fraus legis in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een Nederlandse BV die onroerende zaken exploiteert, betwistte de afwijzing van haar bezwaren tegen aanslagen vennootschapsbelasting 2002 en 2003. De kern van het geschil betrof de aftrekbaarheid van rente verschuldigd aan een verbonden lichaam, [F], en de toepassing van artikel 10a, tweede lid, onderdeel c, van de Wet Vpb, alsmede de toepassing van het bijzondere rechtsmiddel fraus legis.
De rechtbank oordeelde dat de lening verband hield met aanwending van vermogen en daarom renteaftrek uitsloot. Belanghebbende voerde aan dat sprake was van een bedrijfsfusie en dat zij sinds 2002 op Aruba gevestigd was, hetgeen niet werd aangenomen. Het hof stelde vast dat artikel 10a Wet Vpb slechts van toepassing is indien sprake is van aanwending van vermogen ten behoeve van het verbonden lichaam, wat hier niet het geval was omdat enkel een koopsom was verschuldigd.
Het hof overwoog verder dat het leerstuk van wetsontduiking (fraus legis) van toepassing is omdat de transacties voornamelijk waren ingegeven door belastingverijdelende motieven, en dat de renteaftrek daardoor in strijd is met doel en strekking van de wet. De stelling van belanghebbende dat artikel 10a Wet Vpb in strijd zou zijn met het EG-Verdrag werd verworpen. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de uitsluiting van renteaftrek op grond van artikel 10a Wet Vpb en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.