ECLI:NL:HR:2012:BW7073
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering renteaftrek wegens fraus legis in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap die onroerende zaken exploiteert, bracht renteaftrek in mindering op haar winst over een schuld aan een groepsmaatschappij gevestigd op Aruba. De Inspecteur stelde de aanslagen vennootschapsbelasting 2002 en 2003 vast waarbij de verliezen op nihil werden gesteld. Na bezwaar en beroep werd door rechtbank en hof geoordeeld dat de renteaftrek niet toekwam wegens toepassing van het fraus legis-beginsel en niet op grond van artikel 10a, lid 2, letter c, Wet Vpb.
Het hof oordeelde dat het samenstel van handelingen geen wezenlijke verandering in de vermogenspositie van de betrokken vennootschappen bracht en dat de transacties in overwegende mate waren ingegeven door belastingverijdeling. Hierdoor zou renteaftrek leiden tot willekeurige en herhaalde erosie van de belastinggrondslag zonder voldoende compensatie.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde het oordeel van het hof. De Hoge Raad onderstreepte dat beperking van renteaftrek op grond van wetsontduiking niet in strijd is met artikel 56 EG Pro, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. De voorwaardelijke incidentele cassatie werd niet behandeld omdat het principale beroep faalde.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de weigering van renteaftrek wegens fraus legis.