ECLI:NL:GHSGR:2010:BR0475
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door ontbreken schriftelijke arbeidsovereenkomst bij aanmonstering op schip
Appellant werd op 14 oktober 2001 aangemonsterd als fitter op het schip Jo Calluna, eigendom van Winterport. Er werd echter geen schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten, wat wettelijk verplicht is volgens artikel 398 Wetboek Pro van Koophandel. Appellant kreeg later klachten aan zijn arm en werd afgezet, waarna hij een procedure startte tegen Winterport voor erkenning van het ontbreken van de schriftelijke arbeidsovereenkomst en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat Winterport onrechtmatig had gehandeld door geen schriftelijke arbeidsovereenkomst te sluiten, maar wees de schadevergoeding af omdat appellant onvoldoende financieel nadeel aannemelijk had gemaakt. In hoger beroep stelde appellant dat hij inkomensschade leed doordat hij geen aanspraak kon maken op sociale zekerheidsuitkeringen.
Het hof stelde vast dat appellant voldoende belang had bij de verklaring voor recht dat Winterport schadevergoeding moet betalen wegens het verzuim. De grieven die de afwijzing van de schadevergoeding betroffen, slaagden. De overige grieven, waaronder de vordering dat het vonnis de arbeidsovereenkomst zou vervangen, werden afgewezen omdat de inhoud van de overeenkomst onvoldoende vaststond.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover de schadevergoeding werd afgewezen en verklaarde dat Winterport gehouden is tot vergoeding van de schade die appellant heeft geleden door het ontbreken van de schriftelijke arbeidsovereenkomst. De rest van het vonnis werd bekrachtigd en de proceskosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Winterport is gehouden tot vergoeding van de schade die appellant heeft geleden door het ontbreken van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voorafgaand aan zijn aanmonstering op het schip.