ECLI:NL:GHSGR:2011:BP5818
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing afwaardering vordering op failliete opdrachtgever in inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende was in 2004 zelfstandig assurantiebemiddelaar en had een vordering op zijn voormalige opdrachtgever [B] b.v., die failliet was verklaard. Hij verzocht om afwaardering van deze vordering ten laste van zijn winst, wat door de Inspecteur werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende vóór een tussenperiode van 1995-1999 een onderneming dreef, deze had gestaakt en vanaf 1999 een nieuwe onderneming was gestart.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende het kasstelsel toepaste, waarbij winst pas wordt genomen bij ontvangst van provisies. Omdat de provisies niet waren ontvangen, waren deze nooit als winst verantwoord en kon de afwaardering niet als verlies worden genomen. Ook als de vordering werd gezien als tegenprestatie voor overdracht van de oude onderneming, behoorde deze tot het privévermogen en kon de afwaardering niet in de winst worden verwerkt.
Het hof nam deze overwegingen over en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De afwijzing van de afwaardering en de vastgestelde aanslag werden bevestigd. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de afwaardering van de vordering niet ten laste van de winst uit onderneming kan worden gebracht en verklaart het hoger beroep ongegrond.