ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ4245
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- M.A.F. Tan- de Sonnaville
- J.E.H.M. Pinckaers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onredelijk bezwarend boetebeding en schadevergoeding bij onderverhuur woning met hennepkwekerij
In deze zaak stond de vraag centraal of de huurder aansprakelijk was voor schade aan een woning die hij had onderverhuurd aan een derde die er een hennepkwekerij had ingericht. De verhuurder had de huurovereenkomst opgezegd en vorderde een aanzienlijke schadevergoeding, waaronder verbouwingskosten, vervanging van meubels en een boete wegens overtreding van de huurovereenkomst.
De huurder betwistte onder meer de hoogte van de boete en stelde dat de verhuurder instemde met de onderhuur. Het hof oordeelde dat de huurder de algemene bepalingen van de huurovereenkomst had aanvaard en dat de verhuurder geen afstand had gedaan van haar rechten. Het boetebeding werd niet als onredelijk bezwarend beoordeeld, mede gezien de omvang van de schade.
Verder werd vastgesteld dat de huurder aansprakelijk was voor de schade veroorzaakt door de hennepkwekerij, ongeacht zijn kennis daarvan. De vordering tot betaling van huurpenningen over juli en augustus 2005 werd opgevat als een gebruiksvergoeding en toegewezen. De boete wegens te late betaling van huur werd gedeeltelijk toegewezen. Sommige schadeposten, zoals vervanging van meubels en extra stookkosten, werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
Uiteindelijk werd het bestreden vonnis in het principaal appel bekrachtigd, terwijl in het incidenteel appel het vonnis deels werd vernietigd en een hoger bedrag aan schadevergoeding werd toegewezen. De proceskosten werden deels toegewezen en deels gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt deels het vonnis en wijzigt de schadevergoeding tot € 15.500,44 met wettelijke rente, waarbij het boetebeding niet onredelijk bezwarend wordt geacht.