ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ7725
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H.A.J. Kroon
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing inkomstenbelasting over kapitaaluitkering 2006 ondanks latere uitbetaling
Belanghebbende had een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule die op 1 september 2006 afliep. Een deel van het kapitaal werd in november 2006 gebruikt voor aankoop van een lijfrente, het restant van €54.159 werd pas in april 2007 uitgekeerd.
Belanghebbende stelde dat het heffingsmoment van het vrijgekomen kapitaal het moment van uitbetaling in 2007 moest zijn, en niet de expiratiedatum in 2006. De Inspecteur stelde dat het kapitaal per 1 september 2006 volledig vorderbaar was en daarom in 2006 moest worden belast.
De rechtbank oordeelde dat het kapitaal bij expiratie in 2006 in de heffing valt als de lijfrenteclausule niet binnen een redelijke termijn is uitgevoerd. Omdat belanghebbende slechts een deel van het kapitaal in 2006 had omgezet in lijfrente, viel het resterende bedrag terecht in 2006 in de belastingheffing.
Het Hof bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat belanghebbende geen concrete gevallen kon noemen waarin de Belastingdienst anders had gehandeld. De uitbetaling in 2007 doet niet af aan het feit dat het bedrag in 2006 vorderbaar was.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de kapitaaluitkering van €54.159 terecht in 2006 is belast ondanks latere uitbetaling in 2007.