ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9607
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- E.J. van Sandick
- A.G.M. Zander
- Rechtspraak.nl
Ontslag van instantie wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de Rechtbank Rotterdam en geïntimeerde gedagvaard om te verschijnen voor het hof. Hoewel appellant tijdig hoger beroep heeft ingesteld, heeft hij nagelaten het griffierecht binnen de wettelijk gestelde termijn te betalen. De zaak werd aangehouden om af te wachten of het griffierecht zou worden voldaan.
Appellant betaalde het griffierecht één dag te laat, namelijk op 13 april 2011, terwijl de uiterste betaaldatum 12 april 2011 was. Op grond van artikel 127a lid 2 Rv en artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken is het hof gehouden tot ontslag van de geïntimeerde van de instantie over te gaan.
Het hof oordeelt dat geen omstandigheden aanwezig zijn die tot een onbillijkheid van overwegende aard leiden bij toepassing van artikel 127a lid 3 Rv. Daarom wordt de geïntimeerde ontslagen van de instantie en wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op € 284 voor verschotten en € 447 voor salaris van de advocaat.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt ontslagen van de instantie wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.