ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0528
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- R.S. van Coevorden
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen kennelijk onredelijk ontslag bij zorginstelling Ipse de Bruggen
De zaak betreft een hoger beroep van een naaister tegen haar ontslag bij zorginstelling Ipse de Bruggen, waarbij zij stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en op een valse reden was gebaseerd. De naaister werkte sinds 1988 en verrichtte voornamelijk werkzaamheden als merken van kleding en herstelwerkzaamheden. Door wetswijzigingen en bedrijfseconomische omstandigheden waren de herstelwerkzaamheden verminderd, waarna Ipse de Bruggen een ontslagvergunning kreeg voor 12 uren per week.
De naaister stelde dat haar functie onverminderd bestond en dat de werkzaamheden onterecht waren verdeeld onder collega's. Ook vond zij dat de werkgever de voorwaarde van de CWI niet had nageleefd door een vacature niet aan haar aan te bieden. Het hof oordeelde dat de vacature niet passend was voor haar medische beperkingen en dat zij de aangeboden functie niet had aanvaard. De voorwaarde van de CWI was daardoor niet geschonden.
Verder stelde de naaister dat het ontslag op een valse reden was gebaseerd, maar het hof vond dat de vermindering van herstelwerkzaamheden een reële grond was. Het afspiegelingsbeginsel was niet van toepassing omdat de functies niet uitwisselbaar waren en de naaister om medische redenen bepaalde werkzaamheden niet kon verrichten.
Het hof verwierp alle grieven van de naaister en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Zij werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en wijst de grieven van de naaister af.