ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7567
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. van der Windt
- Rechtspraak.nl
Nietigheid en kennelijk onredelijk ontslag wegens niet aanbieden vacature binnen 26 weken
De zaak betreft een geschil tussen [eiseres], een naaister bij zorginstelling Ipse de Bruggen, en haar werkgever over het ontslag en de vraag of dit ontslag nietig of kennelijk onredelijk is.
[eiseres] werd ontslagen voor 12 uren per week wegens bedrijfseconomische redenen, nadat werkzaamheden waren teruggelopen. Ipse de Bruggen bood een vacature aan voor 15-18 uur per week op een andere locatie, maar stelde deze niet passend voor [eiseres]. [eiseres] vorderde vernietiging van het ontslag wegens niet naleving van de voorwaarde van het CWI dat binnen 26 weken geen gelijksoortige functie aan een ander mag worden aangeboden zonder eerst aan haar te zijn aangeboden.
De rechtbank oordeelde dat de vacature niet passend was vanwege reistijd, omvang en tijdelijke duur, zodat de voorwaarde niet was geschonden. Ook werd het betoog van kennelijk onredelijk ontslag wegens voorgewende reden afgewezen omdat de werkzaamheden daadwerkelijk waren teruggelopen. De procedure werd aangehouden voor het gevolgencriterium van kennelijk onredelijk ontslag in afwachting van een arrest van de Hoge Raad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de primaire en subsidiaire vorderingen af en houdt de procedure aan voor het gevolgencriterium in afwachting van een arrest van de Hoge Raad.