ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2031
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- E.J. van Sandick
- A.G.M. Zander
- Rechtspraak.nl
Ontslag van instantie wegens te late betaling griffierecht in hoger beroep
Appellante heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de Rechtbank Rotterdam, sector kanton, maar heeft het griffierecht niet binnen de wettelijk gestelde termijn van vier weken na de eerste roldag betaald. De zaak werd aangehouden om af te wachten of het griffierecht alsnog werd voldaan.
Omdat appellante het griffierecht pas zeven dagen te laat betaalde, heeft het hof op 31 mei 2011 besloten het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren door geïntimeerde van deze instantie te ontslaan. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld.
Het hof veroordeelde appellante tevens in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op een totaal van €1.096,--. De beslissing is genomen op basis van artikel 127a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken.
Uitkomst: Appellante wordt ontslagen van deze instantie wegens te late betaling van het griffierecht en veroordeeld in de proceskosten.