ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2040
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A. Tan-de Sonnaville
- M.J. van der Ven
- J.E.H.M. Pinckaers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten bij beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte
Anmaro B.V. huurde sinds 1 januari 2000 een bedrijfsruimte van 55 m2 in een winkelcentrum te Zoetermeer voor haar vishandel. De verhuurder, Stadscentrum Zoetermeer B.V., zegde de huurovereenkomst op wegens dringend eigen gebruik in het kader van een renovatie en eiste ontruiming. Anmaro stemde niet in met de beëindiging en ontruiming.
De kantonrechter stelde het einde van de huurovereenkomst vast op 1 oktober 2008 en kende een tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten toe van €37.210,40, onder voorwaarde dat Anmaro binnen drie jaar haar onderneming voortzet in een nieuwe ruimte. Beide partijen gingen in hoger beroep over de hoogte van deze vergoeding.
Het hof overwoog dat de vergoeding gebaseerd moet zijn op redelijke verhuis- en inrichtingskosten, waarbij een gelijkwaardige inrichting als de oude uitgangspunt is. De specifieke bouwkundige voorzieningen die voor een viswinkel noodzakelijk zijn, zoals ventilatie en koeling, moeten worden meegenomen. De deskundige had de inrichtingskosten op circa €240.000 vastgesteld. Het hof stelde de vergoeding ex aequo et bono vast op €65.000, waarbij het niet van belang was welk percentage van de werkelijke kosten hiermee werd gedekt.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de hoogte van de tegemoetkoming betreft, verhoogde deze tot €65.000 en veroordeelde Stadscentrum Zoetermeer in de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 19 juli 2011.
Uitkomst: Het hof verhoogt de tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten tot €65.000 en veroordeelt Stadscentrum Zoetermeer in de proceskosten.