ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2923
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- van Dijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verdeling huwelijksgoederengemeenschap en draagplicht schulden na echtscheiding
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam inzake de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en de draagplicht van schulden. Zij betwist dat bepaalde schulden, waaronder een buitenlandse schuld en een Visa Card schuld, tot de gemeenschap behoren en vordert dat de man deze schulden volledig draagt.
De man stelt dat de schulden tijdens het huwelijk zijn aangegaan en dat de hoofdregel geldt dat beide partijen ieder voor de helft aansprakelijk zijn. Hij voert aan dat de schulden niet met het oogmerk zijn gemaakt om de vrouw te benadelen en dat de vrouw geen bijdrage leverde aan het huishouden.
Het hof overweegt dat de peildatum voor de omvang van de gemeenschap 7 januari 2002 is en dat de ontslagvergoeding van de man uit 1999 naar het oordeel van het hof op die datum al was geconsumeerd. De vrouw heeft onvoldoende feiten gesteld om van de hoofdregel af te wijken. Ook de omstandigheden rond de relatie van de man na het huwelijk en het gebruik van de gelden zijn onvoldoende om de draagplicht van schulden anders te verdelen.
De vordering van de vrouw tot inzage in bankafschriften wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtmatig belang. De proceskosten worden gecompenseerd. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 2 september 2009 en wijst de overige vorderingen af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de vrouw af.