ECLI:NL:GHSGR:2011:BR5867
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring en waardebepaling woning WOZ
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die door de Inspecteur was vastgesteld op €188.000 voor het kalenderjaar 2009. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat belanghebbende onvoldoende belang zou hebben bij de beoordeling van de WOZ-waarde, mede vanwege een lopende handhavingsprocedure.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de WOZ-waarde niet in geschil was en dat de waarde te hoog was vastgesteld, mede door geluidsoverlast van het buurpand. Het hof oordeelde dat de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring onterecht had uitgesproken en behandelde de zaak inhoudelijk.
De Inspecteur had een taxatierapport overgelegd waaruit bleek dat de waarde van €188.000 passend was, mede omdat vergelijkingsobjecten in dezelfde straat en met vergelijkbare kenmerken recent waren verkocht. Hoewel mogelijk sprake kon zijn van geluidslekken, was daar bij de waardebepaling voldoende rekening mee gehouden.
Het hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en gelastte de Inspecteur het betaalde griffierecht te vergoeden. De WOZ-waarde van €188.000 bleef daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de WOZ-waarde van de woning terecht is vastgesteld op €188.000 en verklaart het beroep ongegrond.