ECLI:NL:GHSGR:2011:BR5905
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat doorgeschoven pachtersvoordeel niet verder mag worden doorgeschoven bij verkoop buiten familiekring
Belanghebbende was het niet eens met de aanslagen inkomstenbelasting en premies over het jaar 2002, waarin de Inspecteur het doorgeschoven pachtersvoordeel ten gunste van de winst had gebracht. Dit voordeel was ontstaan doordat vader en oom van belanghebbende landbouwgrond onder de waarde hadden gekocht en het voordeel was doorgeschoven naar belanghebbende en zijn echtgenote bij verkoop binnen de familiekring.
Na verkoop van de grond aan een derde buiten de familiekring stelde belanghebbende dat het pachtersvoordeel niet ten gunste van de winst hoefde te komen, onder meer op grond van de ruilgedachte en het continuïteitsbeginsel. Het hof oordeelde echter dat het pachtersvoordeel geen activum is waarop deze regelingen van toepassing zijn en dat het Besluit CPP2000/2075M alleen geldt bij vervreemding binnen de familiekring.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de situaties feitelijk en rechtens niet vergelijkbaar zijn. Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het pachtersvoordeel bij verkoop buiten de familiekring vrijvalt ten gunste van de winst en dat het beroep van belanghebbende ongegrond is.
De uitspraak werd op 29 juni 2011 door het Gerechtshof ’s-Gravenhage gedaan, waarbij ook de proceskostenveroordeling werd afgewezen. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het doorgeschoven pachtersvoordeel bij verkoop buiten de familiekring vrijvalt ten gunste van de winst.