ECLI:NL:GHSGR:2011:BR6026
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verlenging partneralimentatie na twaalfjaarstermijn afgewezen
De vrouw verzocht het gerechtshof om verlenging van de alimentatieverplichting van de man na het verstrijken van de wettelijke termijn van twaalf jaar, waarbij zij stelde dat haar psychische gesteldheid haar belemmerde om in haar levensonderhoud te voorzien. Zij voerde aan dat zij onvoldoende financiële reserves had en dat haar inkomensachteruitgang ingrijpend was.
De man voerde verweer dat de vrouw niet aannemelijk had gemaakt dat zij gedurende de gehele periode niet in staat was tot financiële zelfstandigheid en dat zij onvoldoende inspanningen had verricht om zich aan te passen aan het wegvallen van de alimentatie. Tevens stelde hij dat hij niet langer draagkracht had voor alimentatiebetalingen.
Het hof overwoog dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat zij alles had gedaan wat redelijkerwijs van haar mocht worden verwacht om financieel zelfstandig te worden. De psychische problematiek was niet zodanig aannemelijk gemaakt dat dit verlenging rechtvaardigde. Ook was onvoldoende inzicht gegeven in haar vermogenspositie en het verloop daarvan.
Gelet op de strekking van de wettelijke regeling en het uitzonderingskarakter van verlenging, concludeerde het hof dat geen grond bestond voor verlenging van de alimentatieverplichting. Daarnaast werd het verzoek van de man toegewezen om de onverschuldigd betaalde alimentatie na het einde van de termijn terug te vorderen.
De beschikking van de rechtbank Middelburg van 27 oktober 2010 werd bekrachtigd en het verzoek van de vrouw afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de partneralimentatie is afgewezen en de vrouw is veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde alimentatie.