ECLI:NL:GHSGR:2011:BS8674
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik van bedrijfswoning na bedrijfsoverdracht
In deze civiele zaak vordert appellante de beëindiging van de huurovereenkomst van een woning die zij verhuurt aan geïntimeerden, met als grond dringend eigen gebruik. De woning maakt deel uit van het ondernemingsvermogen van het landbouwbedrijf dat zij na het overlijden van haar echtgenoot voortzette. Na overdracht van het bedrijf aan haar dochters is de bedrijfswoning nodig voor eigen gebruik.
De kantonrechter wees de vordering af omdat nog onvoldoende concreetheid bestond over de plannen van de dochters en het uittreden van appellante uit de maatschap. Het hof oordeelt echter dat de plannen inmiddels zijn verwezenlijkt en appellante de woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik. Daarbij weegt het belang van appellante zwaarder dan dat van geïntimeerden, die passende woonruimte in de regio kunnen vinden.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en bepaalt dat de huurovereenkomst eindigt op 1 september 2012. Tevens wordt geïntimeerden veroordeeld de woning te ontruimen en krijgt zij een redelijke tegemoetkoming van € 10.000 voor verhuis- en inrichtingskosten toegewezen. De proceskosten worden aan geïntimeerden opgelegd.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt beëindigd per 1 september 2012 wegens dringend eigen gebruik, met een verhuisvergoeding van € 10.000 aan de huurder.