ECLI:NL:GHSGR:2011:BT1709
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over nietigheid huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens strijd bestemmingsplan en Huisvestingswet
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen een huurder en verhuurder over een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte in een pand met een bestemming als werkwoning. De huurovereenkomst is aangegaan voor drie jaar, maar de gemeente heeft aangegeven dat het gebruik van de benedenverdieping als detailhandelsbedrijf in kleding in strijd is met het bestemmingsplan en de Huisvestingswet. De verhuurder heeft daarom de huurovereenkomst opgezegd.
De huurder heeft de bedrijfsuitoefening gestaakt en het gehuurde ontruimd. De verhuurder vordert betaling van achterstallige huur en boetes wegens verzuim, terwijl de huurder een schadevergoeding eist wegens investeringen en gederfde bedrijfsvoering. De kantonrechter heeft in eerste aanleg de vordering van de huurder afgewezen en de huurder veroordeeld tot betaling van huur en boetes.
De huurder voert in hoger beroep aan dat de huurovereenkomst nietig is op grond van artikel 3:40 BW Pro omdat de prestatie in strijd is met de openbare orde, en dat zij bovendien is misleid. De verhuurder bestrijdt dit en stelt dat de huurder een gebruiksvergoeding verschuldigd is voor de periode dat zij de ruimte heeft gebruikt.
Het hof heeft de zaak aangehouden en partijen in de gelegenheid gesteld om nader te reageren op de nieuwe stellingen, waarna verdere beslissing zal volgen.
Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar de rol voor nadere reactie van de huurder op de stellingen over gebruiksvergoeding.