ECLI:NL:GHSGR:2011:BT1710
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschappelijk eigendom van twee appartementen tussen broer en diens erfgenamen
Deze zaak betreft de verdeling van het gemeenschappelijk eigendom van twee appartementen die gezamenlijk waren gekocht door de overledene, [X], en zijn broer, de geïntimeerde. Na het overlijden van [X] vorderden de erfgenamen (appellanten) en de broer (geïntimeerde) diverse vergoedingen en medewerking aan verkoop en eigendomsoverdracht.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat de broer recht heeft op de helft van de verkoopopbrengst van beide appartementen, met aftrek van gemaakte kosten en vergoeding van hypotheeklasten door de overledene. De rechtbank wees de vorderingen tot huurpenningen en verrekening van eigenaarslasten af, en stelde dat de broer geen afstand had gedaan van zijn rechten.
In hoger beroep bevestigt het hof deze uitgangspunten. Het hof oordeelt dat de broer mede-eigenaar is en recht heeft op de helft van de netto-overwaarde, dat de gemaakte kosten en hypotheeklasten vergoed moeten worden, en dat de afstandsverklaring van de broer ongeldig is omdat deze onder valse voorwendselen is verkregen. De grieven van appellanten worden afgewezen en de bestreden vonnissen bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en bevestigt het recht van de broer op de helft van de verkoopopbrengst met vergoeding van hypotheeklasten en kosten.