ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2208
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- E.J. van Sandick
- A.G.M. Zander
- Rechtspraak.nl
Ontslag van instantie wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep
Appellant heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 9 maart 2011 en geïntimeerde gedagvaard om te verschijnen. De zaak werd op 28 juni 2011 aangehouden in afwachting van de betaling van het griffierecht. Appellant betaalde het griffierecht echter pas op 2 augustus 2011, zeven dagen te laat.
Volgens artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) moet het griffierecht binnen vier weken na de eerste roldag zijn bijgeschreven. Het hof oordeelde dat er geen omstandigheden waren die een onbillijkheid van overwegende aard zouden veroorzaken bij toepassing van artikel 127a lid 2 Rv. Daarom werd geïntimeerde ontslagen van deze instantie en appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
De proceskosten werden vastgesteld op €1.769 voor verschotten en €447 voor het salaris van de advocaat van geïntimeerde. Het arrest werd op 30 augustus 2011 in het openbaar uitgesproken door het hof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Appellant is veroordeeld in de proceskosten en geïntimeerde is ontslagen van deze instantie wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.