Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2208

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
30 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.089.642-01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 127a lid 2 RvArt. 127a lid 3 RvArt. 3 lid 3 Wgbz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep

Appellant heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 9 maart 2011 en geïntimeerde gedagvaard om te verschijnen. De zaak werd op 28 juni 2011 aangehouden in afwachting van de betaling van het griffierecht. Appellant betaalde het griffierecht echter pas op 2 augustus 2011, zeven dagen te laat.

Volgens artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) moet het griffierecht binnen vier weken na de eerste roldag zijn bijgeschreven. Het hof oordeelde dat er geen omstandigheden waren die een onbillijkheid van overwegende aard zouden veroorzaken bij toepassing van artikel 127a lid 2 Rv. Daarom werd geïntimeerde ontslagen van deze instantie en appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

De proceskosten werden vastgesteld op €1.769 voor verschotten en €447 voor het salaris van de advocaat van geïntimeerde. Het arrest werd op 30 augustus 2011 in het openbaar uitgesproken door het hof 's-Gravenhage.

Uitkomst: Appellant is veroordeeld in de proceskosten en geïntimeerde is ontslagen van deze instantie wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Zaaknummer : 200.089.642/01
Zaak/rolnummer rechtbank : 377608/HAZA 10-3638
arrest d.d. 30 augustus 2011
inzake
[Appellant],
wonende te [Woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. A.A. Namaki te 's-Gravenhage.
tegen
Zilveren Kruis Achmea Zorgverzekeringen N.V.,
gevestigd te Utrecht,
geïntimeerde,
advocaat: mr. G.A. van den Berg te Amersfoort.
Het geding
Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het tussen partijen gewezen vonnis van de Rechtbank 's-Gravenhage van 9 maart 2011.
Appellant heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnis en heeft geïntimeerde gedagvaard om op de rol voor dit hof te verschijnen.
Appellant heeft de zaak aangebracht. Voor appellant heeft zich een advocaat gesteld. Ook geïntimeerde is op die rol bij advocaat verschenen.
De zaak is op 28 juni 2011 aangehouden tot de rol van 26 juli 2011 voor: Afwachten griffierecht partijen.
Appellant heeft niet binnen vier weken na de eerste roldag het griffierecht betaald.
In verband met het achterwege blijven van betaling van het griffierecht heeft het hof op 2 augustus 2011 bepaald dat heden arrest wordt gewezen op basis van het griffiedossier.
De motivering van de beslissing
1. De zaak is voor het eerst uitgeroepen op 28 juni 2011. Volgens art. 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) moet appellant ervoor zorgen dat binnen vier weken na 28 juni 2011, dus uiterlijk 26 juli 2011, het griffierecht is bijgeschreven op de rekening van dit hof. Het verschuldigde griffierecht is op 2 augustus 2011 bijgeschreven op de rekening van het hof. Dit is dus 7 dagen te laat.
2. Er is niet gebleken van omstandigheden als bedoeld in art. 127a lid 3 Rv., dat de toepassing van art. 127a lid 2 Rv., gelet op het belang van één of meer partijen bij toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Nu appellant niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan, zal geïntimeerde
overeenkomstig het bepaalde in artikel 127a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van deze instantie worden ontslagen en zal appellant worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
De beslissing
Het hof:
- ontslaat geïntimeerde van deze instantie,
- veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geïntimeerde vastgesteld op € 1.769,-- voor verschotten en op € 447,-- voor salaris van de advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.A. Schuering, E.J. van Sandick en A.G.M. Zander en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2011.