ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2248
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over redelijkheid weigering onderverhuur bedrijfsruimte door verhuurder
Super de Boer en ING zijn partijen in een geschil over de onderverhuur van een deel van een bedrijfsruimte in het Megastores-complex te Den Haag. De huurovereenkomst, aangegaan in 1999 en lopend tot 2014, verbiedt onderverhuur zonder toestemming van de verhuurder, die deze alleen op redelijke gronden mag weigeren. Super de Boer exploiteert een supermarkt in het gehuurde en wenst een deel daarvan onder te verhuren aan Action Non Food B.V., maar ING weigert toestemming.
Super de Boer is in kort geding gekomen om ING te veroordelen tot het verlenen van toestemming voor onderverhuur. De voorzieningenrechter wees de vordering af. Super de Boer ging hiertegen in hoger beroep en stelde vier grieven tegen het vonnis. Het hof bevestigt de feiten zoals vastgesteld door de voorzieningenrechter en benadrukt dat het centrale geschilpunt de redelijkheid van de weigering door ING betreft.
Het hof besluit een comparitie van partijen te gelasten om nadere inlichtingen te verkrijgen en een minnelijke regeling te beproeven. Partijen worden opgeroepen om zich te laten vertegenwoordigen door bevoegde personen en hun stukken tijdig te overleggen. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze comparitie heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen voor nadere informatie en schikkingspoging en houdt verdere beslissing aan.