ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2248

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
13 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.083.387-01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over redelijkheid weigering onderverhuur bedrijfsruimte door verhuurder

Super de Boer en ING zijn partijen in een geschil over de onderverhuur van een deel van een bedrijfsruimte in het Megastores-complex te Den Haag. De huurovereenkomst, aangegaan in 1999 en lopend tot 2014, verbiedt onderverhuur zonder toestemming van de verhuurder, die deze alleen op redelijke gronden mag weigeren. Super de Boer exploiteert een supermarkt in het gehuurde en wenst een deel daarvan onder te verhuren aan Action Non Food B.V., maar ING weigert toestemming.

Super de Boer is in kort geding gekomen om ING te veroordelen tot het verlenen van toestemming voor onderverhuur. De voorzieningenrechter wees de vordering af. Super de Boer ging hiertegen in hoger beroep en stelde vier grieven tegen het vonnis. Het hof bevestigt de feiten zoals vastgesteld door de voorzieningenrechter en benadrukt dat het centrale geschilpunt de redelijkheid van de weigering door ING betreft.

Het hof besluit een comparitie van partijen te gelasten om nadere inlichtingen te verkrijgen en een minnelijke regeling te beproeven. Partijen worden opgeroepen om zich te laten vertegenwoordigen door bevoegde personen en hun stukken tijdig te overleggen. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze comparitie heeft plaatsgevonden.

Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen voor nadere informatie en schikkingspoging en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Zaaknummer : 200.083.387/01
Zaak-/rolnummer rechtbank: 380196/KG ZA 10-1411
Arrest d.d. 13 september 2011
inzake
SUPER DE BOER WINKELS B.V.,
gevestigd te Veghel,
appellante,
hierna te noemen: Super de Boer,
advocaat: mr. E.H.H. Schelhaas te ’s-Hertogenbosch,
tegen
ING VASTGOED ONTWIKKELING B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
geïntimeerde,
hierna te noemen: ING,
advocaat: mr. M.F.A. Evers te Amsterdam.
Het geding
Bij exploot van 21 februari 2011 is Super de Boer in hoger beroep gekomen van het vonnis van 24 januari 2011, dat door de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage tussen partijen is gewezen. Het exploot bevat vier grieven tegen het vonnis en er zijn drie producties aan gehecht. ING heeft de grieven bestreden bij memorie van antwoord (met producties). Hierna hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.
Beoordeling van het hoger beroep
1. De voorzieningenrechter heeft onder het kopje “1. De feiten” een aantal feiten vastgesteld, waartegen niet is opgekomen. Ook het hof gaat van die feiten uit. Met inachtneming daarvan en van hetgeen overigens uit de stukken naar voren is gekomen, gaat het in dit kort geding om het volgende.
1.1. De rechtsvoorgangers van partijen hebben een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot een bedrijfsruimte (van ruim 5.000 m2) in het complex Haaglanden Megastores in Den Haag (hierna: Megastores). Ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst was het complex nog in aanbouw. De overeenkomst is ingegaan op 1 april 1999 en eindigt op 1 december 2014, waarna deze – behoudens opzegging – wordt voortgezet voor een periode van vijf jaar. Ten tijde van het wijzen van het vonnis bedroeg de huurprijs € 897.628,32 per jaar (exclusief BTW).
In de huurovereenkomst is bepaald dat circa 5.000 m2 van het gehuurde uitsluitend mag worden gebruikt als supermarkt gelijkwaardig aan de bestemming Waldorperstraat 444.
1.2. Super de Boer gebruikt ongeveer 3.500 m2 van het gehuurde voor de exploitatie van een Super de Boer- supermarktfiliaal. Een kleine 1.400 m2 heeft zij (met goedkeuring van de verhuurder) onderverhuurd aan Aldi Vastgoed B.V. voor de exploitatie van een Aldi supermarktfiliaal. Verder heeft zij nog twee onderhuurders (een bloemist en een winkel voor tijdschriften, cd's en dvd's).
1.3. Het in het gehuurde uitgeoefende Super de Boer-filiaal is de afgelopen jaren verliesgevend geweest.
Super de Boer wenst thans het deel van het gehuurde waarin het Super de Boer-filiaal wordt geëxploiteerd onder te verhuren aan Action Non Food B.V. (hierna: Action). Zij heeft ING gevraagd om toestemming voor onderverhuur danwel ingebruikgeving, maar ING heeft dat geweigerd.
Op grond van de huurovereenkomst is onderverhuur niet toegestaan zonder voorafgaande toestemming van de verhuurder, die de onderverhuur “niet dan op redelijke gronden” kan weigeren.
2. Super de Boer vordert in dit kort geding ING te veroordelen dat Super de Boer tot 1 december 2014 het gedeelte van het gehuurde dat momenteel bij haar (en een andere kleine onderhuurder) in gebruik is, in gebruik verstrekt aan Action ten behoeve van de exploitatie van een Action-vestiging.
3. Na verweer van ING heeft de voorzieningenrechter de vordering afgewezen.
4. Kern van het geschil is of ING de onderverhuur op redelijke gronden weigert. Alvorens daarover te beslissen wenst het hof zich nader voorgelicht te zien, waartoe het een comparitie van partijen zal gelasten. Deze comparitie zal tevens worden benut om een schikking te beproeven. Het hof beschikt over kopieën van het procesdossier.
Beslissing
Het hof:
? beveelt partijen, deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is om een schikking aan te gaan, vergezeld van hun raadslieden, voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling te verschijnen voor de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. A. Dupain in het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te ’s-Gravenhage, en wel op 10 november 2011 te 10.30 uur;
– bepaalt dat uitstel van deze comparitie eenmaal zal worden verleend, indien daarom, onder opgave van verhinderdata van beide partijen, binnen twee weken na dit arrest schriftelijk wordt verzocht;
– bepaalt dat partijen de bescheiden waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, zullen overleggen door deze uiterlijk twee weken vóór de comparitie aan de griffie handel en aan de wederpartij te zenden;
– houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. A. Dupain, M.J. van der Ven en J.E.H.M. Pinckaers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2011 in aanwezigheid van de griffier.