ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2468
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke schending van ambtsgeheim door UWV-medewerkster
De verdachte, werkzaam bij het UWV, heeft in de periode van 26 februari 2008 tot en met 3 oktober 2008 opzettelijk een ambtsgeheim geschonden door vertrouwelijke financiële informatie over haar ex-zwager te verstrekken aan haar zuster en diens advocaat. Het hof acht dit wettig en overtuigend bewezen op basis van diverse bewijsmiddelen en verklaringen van de verdachte.
De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs onrechtmatig verkregen was, met verwijzing naar jurisprudentie van het EHRM en het ontbreken van een cautie tijdens een verantwoordingsgesprek. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de verdachte niet was aangehouden tijdens het politieverhoor en dat er geen plicht bestond haar vooraf te wijzen op haar recht op rechtsbijstand. Ook het gespreksverslag van het UWV werd niet uitgesloten als bewijs.
Het hof hield rekening met het feit dat de verdachte niet eerder met justitie in aanraking was geweest en dat de zaak grote gevolgen had voor haar en haar gezin. Gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden legde het hof een werkstraf van 60 uur op, met een proeftijd van twee jaar, waarbij de werkstraf kan worden vervangen door 30 dagen hechtenis indien niet uitgevoerd.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij de verdachte werd veroordeeld zoals hierboven vermeld en vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 60 uur wegens opzettelijke schending van ambtsgeheim.