ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2485
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- H. Pijl
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en heffingsrente over 2000-2004
Belanghebbende was in hoger beroep gekomen tegen de uitspraken van de rechtbank ’s-Gravenhage die navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en bijbehorende heffingsrente voor de jaren 2000 tot en met 2004 had vastgesteld. De rechtbank had de aanslagen verminderd ten opzichte van de oorspronkelijke aanslagen van de Inspecteur, maar deze waren nog steeds aanzienlijk.
De Inspecteur had navorderingsaanslagen opgelegd wegens het niet voldoen aan de aangifteplicht en het niet verstrekken van volledige gegevens, waarbij een omkering van de bewijslast was toegepast. Belanghebbende voerde aan dat hij geen belasting verschuldigd was, onder meer omdat hij zijn administratie niet volledig kon overleggen vanwege inbeslagname door het Openbaar Ministerie.
De rechtbank oordeelde dat de Inspecteur bevoegd was tot navordering en dat de schattingen van het belastbare inkomen redelijk waren, mede gelet op de onroerendgoedtransacties en vermogensgroei. Belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd om de aanslagen te weerleggen. Het Hof bevestigde deze beoordeling en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De proceskosten werden niet aan de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en heffingsrente worden bevestigd.