ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2748
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- R.C.A. Duindam
- T.W.H.E. Schmitz
- C.M.P. Flint-Van Noort
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsmaatregel wederrechtelijk verkregen voordeel witwassen
De veroordeelde werd in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van EUR 1.070.758 aan wederrechtelijk verkregen voordeel uit witwaspraktijken. In hoger beroep betwistte de verdediging de hoogte van het bedrag en voerde aan dat een verdeelsleutel toegepast moest worden vanwege meerdere daders. Ook werd een draagkrachtverweer gevoerd vanwege de detentie, leeftijd en faillissementsschulden van de veroordeelde.
Het hof oordeelde dat het gehele bedrag aan de veroordeelde kan worden toegerekend, omdat er geen concrete aanwijzingen waren dat mededaders een deel van het geld hielden. Het witgewassen geld was geïnvesteerd in het transportbedrijf van de veroordeelde, dat als dekmantel diende voor strafbare feiten.
Het hof matigde de betalingsverplichting vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde. Uiteindelijk werd een betalingsverplichting van EUR 237.500 opgelegd. Het arrest vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht op basis van artikel 36e Sr.
Uitkomst: De veroordeelde moet EUR 237.500 betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.