ECLI:NL:GHSGR:2011:BT6854
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en afwijzing proceskosten- en schadevergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, die door de Inspecteur was vastgesteld op €337.000 voor het jaar 2009. De rechtbank had de waarde verlaagd tot €330.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd. Belanghebbende ging in hoger beroep en stelde dat de waarde €290.000 zou moeten zijn.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur met een taxatierapport en een bijbehorende matrix aannemelijk had gemaakt dat de waarde van €330.000 niet te hoog was vastgesteld. Verkoopprijzen van vergelijkingspanden werden beoordeeld, waarbij sommige panden werden uitgesloten vanwege verschillen in bouwjaar en afstand tot de waardepeildatum. Het hof vond dat rekening was gehouden met verschillen in bouwjaar en onderhoudsstaat.
Verder wees het hof het verzoek van belanghebbende tot proceskostenvergoeding af, omdat de gevraagde kosten niet binnen de wettelijke regelingen vielen. Ook werd het verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens spanning en frustratie afgewezen, omdat de procedures binnen redelijke termijnen waren afgerond.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en belanghebbende werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatieberoep bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt bevestigd op €330.000 en het verzoek tot proceskosten- en immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.