ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3681
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- G. Dulek-Schermers
- J.C.N.B. Kaal
- Rechtspraak.nl
Verjaring van vordering uit geldlening en bewijs van stuiting
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de vordering van geïntimeerde jegens appellant uit een geldlening was verjaard en of de verjaring rechtsgeldig was gestuit door aanmaningsbrieven. Het hof stelde vast dat de bewijslast voor het stuiten van verjaring bij geïntimeerde lag.
De aanmaningsbrieven van april 2004 waren gericht aan een adres waar appellant niet woonde, maar waar alleen het kantoor van het postorderbedrijf was gevestigd. De brieven werden ongeopend retour gezonden met de mededeling dat ze niet waren afgehaald. Er was onvoldoende bewijs dat de brieven op het juiste adres waren aangeboden. Ook een aangetekende brief van eind april 2004 was gericht aan een onjuist adres en werd niet door appellant ontvangen.
Verder werd een beroep op erkenning door appellant verworpen omdat geen bewijs was dat appellant zelf een terugbetalingsbelofte had gedaan. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank dat de verjaring rechtsgeldig was gestuit en wees de vordering af. Er werd een proceskostenveroordeling uitgesproken ten laste van geïntimeerde.
Uitkomst: De vordering van geïntimeerde is verjaard en wordt afgewezen wegens het niet rechtsgeldig stuiten van de verjaring.