ECLI:NL:GHSGR:2011:BU4869
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- L.A.J.M. van Dijk
- N.C. van Bellen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens illegaal verblijf ondanks ongewenstverklaring vreemdeling
De verdachte verbleef op 19 april 2010 in Nederland terwijl zij wist dat zij bij beschikking van 12 januari 2007 tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Dit volgde uit het gebruik van valse persoonsgegevens bij haar komst naar Nederland, waardoor haar verblijf onrechtmatig was.
De raadsvrouw van de verdachte voerde verweer op basis van de Europese Terugkeerrichtlijn en bijzondere omstandigheden zoals family life en het ontbreken van een reisdocument, maar het hof oordeelde dat artikel 197 Sr Pro niet in strijd is met de richtlijn en dat de verdachte onvoldoende inspanningen had verricht om Nederland te verlaten.
Het hof achtte het bewezen dat de verdachte het strafbare feit had begaan en veroordeelde haar tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, waarbij het eerdere vonnis van twee maanden waarvan één voorwaardelijk werd vernietigd. De straf werd gemotiveerd vanuit normhandhaving en preventie.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot één maand gevangenisstraf wegens verblijf als ongewenst vreemdeling.