ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5088
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- M.J. van der Ven
- J.E.H.M. Pinckaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursrechtelijke aard inburgeringstraject en afwijzing civielrechtelijke vordering
Appellanten, partners met een verblijfsvergunning en inburgeringsplicht, hadden van de gemeente Rotterdam een gecombineerde inburgeringsvoorziening aangeboden gekregen, die zij accepteerden en waarvoor zij traject- en afsprakenplannen ondertekenden. De gemeente beëindigde deze voorziening in november 2008, waarna appellanten bezwaar maakten.
De kantonrechter verklaarde de civielrechtelijke vordering van appellanten niet-ontvankelijk, omdat het geschil bestuursrechtelijk van aard is. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de afspraken een overeenkomst vormden en dat de relatie met de gemeente civielrechtelijk is, maar het hof oordeelde dat de inburgeringsvoorziening een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
Het hof stelde vast dat de wetgever heeft beoogd dat de vaststelling van de voorziening een bestuursrechtelijk besluit is, en dat het ondertekenen van plannen en acceptatie door appellanten geen civielrechtelijke overeenkomst tot stand brengt. Daarom faalt de grief en wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, met afwijzing van de vordering in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de civielrechtelijke vordering van appellanten af wegens bestuursrechtelijke aard van het geschil.