ECLI:NL:GHSGR:2011:BU6566
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.W. van Rijkom
- R.S. van Coevorden
- K. Aantjes
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt schending concurrentiebeding en matigt boete tot 65.000 euro
In deze arbeidsrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de voormalige werknemer het concurrentiebeding had geschonden door commerciële contacten te onderhouden met cliënten van zijn voormalige werkgever, LTO Noord Verzekeringen. Het hof stelde vast dat de werknemer niet kon bewijzen dat er een afspraak was gemaakt dat LTO Noord geen aanspraak zou maken op het concurrentiebeding voor cliënten die op eigen initiatief overstapten.
Het hof oordeelde dat er 34 overtredingen van het concurrentiebeding waren, waaronder vijf uit een mailing die abusievelijk was verstuurd. De voormalige werknemer had onvoldoende bewijs geleverd ter onderbouwing van zijn verweer en had geen getuigen opgeroepen. De boete verbonden aan het concurrentiebeding werd berekend op basis van deze overtredingen.
Hoewel het hof de boete matigde tot €65.000 wegens de omstandigheden van het geval, wees het de overige grieven van de werknemer af. De vordering van LTO Noord Verzekeringen tot betaling van het boetebedrag werd toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 december 2006. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: De voormalige werknemer wordt veroordeeld tot betaling van €42.466,02 plus wettelijke rente, met een gematigde boete van €65.000 wegens schending van het concurrentiebeding.