ECLI:NL:GHSGR:2011:BU7160
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- S.R. Mellema
- J.J. Trap
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek tot vervangende toestemming pensioenwijziging
Stena Line wilde de pensioenregeling voor het kantoorpersoneel wijzigen door het werknemersaandeel in de premie te verhogen en de onregelmatigheidstoeslag niet pensioengevend te verklaren. De ondernemingsraad (OR) weigerde toestemming te verlenen. Na advies van de Bedrijfscommissie en het uitblijven van overeenstemming, diende Stena Line een verzoek in bij de kantonrechter om vervangende toestemming.
De kantonrechter verklaarde Stena Line niet-ontvankelijk omdat het verzoek buiten de dertigdaagse termijn van artikel 36 lid 4 WOR Pro was ingediend. Stena Line ging in hoger beroep en stelde dat het beroep van de OR op de termijnoverschrijding te laat en misbruik van recht was.
Het hof oordeelde dat de termijn van artikel 36 lid 4 WOR Pro van openbare orde is en ambtshalve moet worden getoetst. Het beroep van de OR op termijnoverschrijding was niet misbruik van recht en mocht te allen tijde worden ingeroepen. Daarom werd de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd en bleef Stena Line niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Stena Line wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzoek tot vervangende toestemming.