ECLI:NL:GHSGR:2011:BU8172
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.R. Mellema
- J.W. van Rijkom
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens verlof zonder toestemming niet rechtsgeldig, loonvordering gematigd
De werkneemster trad in 2001 in dienst bij Bommelsteijn BV als groepsleider. In augustus 2003 wilde zij haar geplande vakantie vervroegen vanwege een overboekte vlucht. Zij vroeg telefonisch toestemming aan haar leidinggevende om op 29 augustus vrij te nemen, maar kreeg formeel geen toestemming van Bommelsteijn. Op 29 augustus verscheen zij niet op het werk en werd zij op staande voet ontslagen.
De werkneemster stelde dat zij wel toestemming had gekregen en dat het ontslag daarom nietig was. De kantonrechter wees haar vorderingen af, maar het hof oordeelde dat zelfs als er geen toestemming was, het ontslag op staande voet een te zware sanctie was. Het hof vond dat het ontslag niet gerechtvaardigd was als ultimum remedium en dat er geen dringende reden was.
Het hof verklaarde het ontslag nietig en veroordeelde Bommelsteijn tot betaling van loon over de periode augustus 2003 tot en met februari 2004, met vakantietoeslag en een gematigde wettelijke verhoging. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering van Bommelsteijn tot schadevergoeding wegens ontslag werd afgewezen omdat geen dringende reden bestond.
Het arrest vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de loonvordering van de werkneemster gedeeltelijk toe, terwijl de reconventionele vordering van Bommelsteijn werd afgewezen. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de loonvordering van de werkneemster is gematigd toegewezen.