ECLI:NL:GHSGR:2011:BU9234
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kostenvergoeding parkeerbelasting naheffingsaanslag
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens het ontbreken van een zichtbaar parkeerkaartje of vergunning. Bij bezwaar werd de naheffingsaanslag vernietigd, maar het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, die het verzoek tot kostenvergoeding toekende en de Inspecteur veroordeelde tot betaling van €1.727.
De Inspecteur ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het hof oordeelde dat het aannemelijk was dat belanghebbende wel degelijk een transponderkaart in het voertuig had, maar dat deze door de parkeercontroleurs niet was waargenomen. Hierdoor was sprake van een aan de Inspecteur te wijten onrechtmatigheid bij het opleggen van de naheffingsaanslag.
Het hof stelde vast dat belanghebbende recht had op vergoeding van de redelijk gemaakte kosten voor rechtsbijstand in de bezwaarfase. Gelet op de lichte complexiteit van de zaak werd de vergoeding echter beperkt tot €54,50. Het hof vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank over de hoogte van de proceskostenvergoeding en veroordeelde de Inspecteur tot betaling van dit lagere bedrag. Voor het overige werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de Inspecteur tot betaling van €54,50 proceskostenvergoeding wegens aan de Inspecteur te wijten onrechtmatigheid bij naheffingsaanslag parkeerbelasting.