ECLI:NL:GHSGR:2011:BV0311
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg overeenkomst en rechtmatigheid opzegging bedrijfshulpverleningsovereenkomst
Tussen Ricas en Bouwradius bestond een overeenkomst voor het uitvoeren van BHV-cursussen van 1 juli 2003 tot 1 juli 2008, met een annex die een verlenging tot 30 juni 2010 beoogde. Bouwradius zegde de overeenkomst per 30 juni 2008 op met een opzegtermijn van drie maanden, gebaseerd op meerdere tekortkomingen van Ricas, waaronder het niet voldoen aan kwaliteitseisen, schending van het exclusiviteitsbeding en het niet nakomen van de capaciteitsgarantie.
Ricas stelde dat de opzegging onrechtmatig was, dat een ingebrekestelling vereist was en dat het exclusiviteitsbeding nietig zou zijn wegens strijd met artikel 6 Mededingingswet Pro. Het hof oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig was op grond van artikel 12 van Pro de overeenkomst, waarbij artikel 11 een Pro specifieke uitwerking is voor kwaliteitstekortkomingen. Een ingebrekestelling was niet vereist voor de opzegging. Het exclusiviteitsbeding werd niet nietig verklaard omdat Ricas onvoldoende had gesteld over merkbare beperking van de mededinging.
Verder oordeelde het hof dat Bouwradius gerechtigd was voormalige medewerkers van Ricas in dienst te nemen, omdat het beding dat dit verbood was komen te vervallen met de annex. Ricas had onvoldoende onderbouwd dat Bouwradius onrechtmatig had gehandeld. De grieven van Ricas faalden en het hof bekrachtigde het vonnis waarvan beroep, veroordeelde Ricas in de kosten van het hoger beroep en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep en oordeelt dat Bouwradius de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd en het exclusiviteitsbeding niet nietig is.