ECLI:NL:GHSGR:2011:BV2132
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- J.J.J. Engel
- H.J. van den Steenhoven
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing bij schenking en verkoop vruchtgebruik aandelen met behoud aanmerkelijk belang
Belanghebbende, houder van 100% van de aandelen in een B.V., schonk de blote eigendom van circa 4,6% van de aandelen aan zijn minderjarige kinderen onder voorbehoud van vruchtgebruik voor tien jaar. Kort daarna verkocht hij het vruchtgebruik aan de B.V. zelf. De Inspecteur stelde dat deze transacties leiden tot aanmerkelijkbelangwinst en dividenduitkering, met fiscale correcties tot gevolg.
De rechtbank stelde vast dat de schenking van de blote eigendom een vervreemding is en dat de waarde van de blote eigendom forfaitair moet worden vastgesteld volgens de Successiewet, wat resulteert in een aanmerkelijkbelangwinst van ƒ 251.115. De verkoop van het vruchtgebruik werd als inkomsten uit vermogen belast. De rechtbank verwierp het standpunt van dubbele belastingheffing en fraus legis.
Het Hof bevestigde dat de waarde van blote eigendom en vruchtgebruik moet worden vastgesteld op de waarde in het economische verkeer tussen onafhankelijke partijen, waarbij de forfaitaire berekening wordt gevolgd. Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde het belastbare inkomen vast op ƒ 1.221.455, met een gesplitste belastingheffing volgens de artikelen 57 en 57a van de Wet IB 1964. Het incidenteel hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het belastbare inkomen werd vastgesteld op ƒ 1.221.455 met gesplitste heffing volgens artikelen 57 en 57a Wet IB 1964.